Sinds 4 juni 2010 bestaat de mogelijkheid tot het opleggen van een alcoholslotprogramma (ASP) voor verkeersovertreders. Deze maatregel is bedoeld om zware alcoholdrinkers harder aan te pakken en de verkeersveiligheid te vergroten.
Een ASP kan worden opgelegd wanneer er bij een aangehouden bestuurder tijdens een alcoholcontrole een promillage van 1,3 en hoger wordt vastgesteld. Voor beginnende bestuurders, personen die minder dan vijf jaar in het bezit zijn van een rijbewijs, geldt een promillage van 0,8 en hoger. De maatregel wordt vervolgens opgelegd door het CBR, waarbij ook het rijbewijs wordt ingevorderd en ongeldig wordt verklaard. Het rijbewijs kan vervolgens weer worden aangevraagd met een code 103 vermelding. Hieruit kan worden opgemaakt dat er met een alcoholslot gereden dient te worden.
Dit alcoholslot wordt ingebouwd in een persnonenauto (rijbewijs categorie B), waarbij er voorafgaand aan het starten van de auto, door de bestuurder geblazen moet worden. De auto kan dan niet worden gestart, wanneer het apparaat een alcoholpromillage boven de 0,2 constateert. Dat betekent dat de bestuurder nagenoeg nuchter moet zijn, om de auto te kunnen starten. Het alcoholslotprogramma kent een duur van minimaal twee jaar. Na de twee jaar wordt besloten of het programma wordt beëindigd of voor een langere periode voortgezet moet worden.
Het alcoholslot kan alleen in personenauto’s worden ingebouwd. Bestuurders die zijn aangewezen op dit programma kunnen dus geen aanspraak maken op een geldig rijbewijs en mogen geen enkel motorvoertuig besturen. Voor mensen die voor hun beroep een motorvoertuig besturen, zoals bus- en vrachtwagenchauffeurs, heeft deze maatregel daarom verregaande consequenties. Voor deze groep wordt bewust geen uitzondering gemaakt, omdat de wetgever van beroepschauffeurs een bijzonder verantwoordelijkheidsgevoel verwacht. Wanneer uw rijbewijs is ingevorderd en u bent het hier niet mee eens, kunt u de hulp van een strafrecht advocaat van Rechtnet inschakelen.
Op het moment dat er een procedure aanhangig wordt gemaakt bij de kantonrechter, dient de eiser griffierechten te betalen. Het griffierecht dient binnen vier weken te zijn voldaan, bij gebreke waarvan de zaak niet inhoudelijk zal worden behandeld. De laatste tijd worden de griffierechten vaak verhoogd. Ook met ingang van het nieuwe jaar, te weten 1 januari 2012, zijn de griffierechten andermaal verhoogd. De griffierechten bij de kantonrechter bedragen op dit moment:
| Dagvaardingszaken en verzoekschriften |
Griffierecht r.p. |
Griffierecht n.p. |
Griffierecht on- en minvermogenden |
| Zaken met een vordering, dan wel een verzoek van: - onbepaalde waarde; - ≤ € 500,- in hoofdsom |
€ 109,00 | € 73,00 | € 73,00 |
| Zaken met een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 500,- en niet meer dan € 12.500,- in hoofdsom |
€ 437,00 | € 207,00 | € 73,00 |
| Zaken met een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 12.500,- |
€ 873,00 | € 437,00 | € 73,00 |
Aktes |
€ 114,00 |
€ 114,00 |
n.v.t |
| Verzetschrift Wet Mulder |
€ 109,00 |
€ 73,00 |
€ 73,00 |
r.p. = rechtspersoon
n.p. = natuurlijk persoon (particulier)
Ook op het moment dat een procedure aanhangig wordt gemaakt bij de civiele rechter, dient de eiser, alsmede de gedaagde, griffierechten te betalen. Ook deze griffierechten zijn met ingang van 1 januari 2012 verhoogd. De griffierechten bij de civiele rechter bedragen op dit moment:
| Sector civiel: Familie/handel/kort geding/insolventies/ faillissementen |
Griffierecht r.p. |
Griffierecht n.p. |
Griffierecht on- en minvermogenden |
Zaken van onbepaalde waarde (tevens conservatoir beslag) |
€ 575,00 | € 276,00 | € 73,00 |
Zaken met betrekking tot een vordering met een een beloop van meer dan € 25.000,- en niet meer dan € 100.000,- in hoofdsom |
€ 1.789,00 | € 821,00 | € 73,00 |
Zaken met betrekking tot een vordering met een beloop van meer dan € 100.000,- |
€ 3.621,00 | € 1.436,00 | € 73,00 |
Aktes (o.a. depot nalatenschappen, arbitrale vonnissen, algemene voorwaarden, non-failliet |
€ 114,00 | € 114,00 | n.v.t. |
Apostille/legalisatie |
€ 18,00 | € 18,00 | n.v.t. |
Inschrijving huwelijkse voorwaarden of voorwaarden van een geregistreerd partnerschap in het open- baar huwelijksgoederen- register |
n.v.t. | € 171,00 | n.v.t |
Bijkomend gevolg van de verhoging van de griffierechten is dat de drempel voor de burger nog hoger komt te liggen om de stap naar de rechter te maken. Vanuit de advocatuur bezien, valt dit alleen maar af te raden daar de rechtszekerheid, een essentieel grondbeginsel van het Nederlands recht, hiermee in het geding lijkt te komen. Vooralsnog lijkt deze ontwikkeling echter niet te stoppen.
M.L.A. van Hurne
jurist
Bron: Advocatenblad januari 2012
De Hoge Raad heeft op 8 juli jongstleden vastgesteld dat het lage tarief aan griffierechten voor natuurlijke personen niet van toepassing is voor een maatschap. Tot nu toe werden een eenmanszaak, VOF’s, commanditaire vennootschap of maatschap door de rechtbanken aangeslagen voor het lage tarief.
Het onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen dat de kern van het onderhavige geschil vormt, kwam in enigszins vergelijkbare vorm voor in de Wet Tarieven in Burgerlijke zaken (WTBZ). De eerste onderscheiding naar de hoedanigheid van natuurlijke persoon dateert van de Wet van 29/9/1988, S. 469; een wet die ertoe strekte, de in de WTBZ voorziene griffierechten aanmerkelijk te verhogen.
Ter tegemoetkoming aan bedenkingen van de kant van de Tweede Kamer, aanvaardde de Regering toen een amendement dat erin voorzag dat voor natuurlijke personen die als gedaagde of verweerder optraden, een maximum aan het te vorderen griffierecht werd gesteld.
In de Parlementaire discussie die aan dit amendement voorafging was herhaaldelijk over de positie van natuurlijke personen als procespartij gedebatteerd. Daarbij blijkt regelmatig dat de debaters hier met “natuurlijke persoon” bedoelen: “particulier”. In deze discussie is klaarblijkelijk niet gedacht aan een eenmanszaak, VOF’s, commanditaire vennootschap of maatschap.
De in 1988 ingevoerde regel is inhoudelijk blijven gelden tot aan de intrekking van de WTBZ per 1 oktober 2010. In art. 2 WTBZ was echter intussen ook het onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen ingevoerd. Ook de wetsgeschiedenis die aan deze regeling voorafging roept het beeld op dat men bedoelt natuurlijke personen als particulieren, zijnde de natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Conform voornoemde wetuitsleg heeft de Hoge Raad dan ook bepaald dat alleen voor particulieren het lage griffierecht voor natuurlijke personen geldt en voor alle andere partijen het griffierecht voor rechtspersonen. Dus ook voor de niet rechtsersonen zoals een eenmanszaak, VOF’s, commanditaire vennootschap of maatschap.
Door deze grote wijziging met betrekking tot de kwalificatie welke partijen als natuurlijk persoon dienen te gelden, is het voor de kleinere partijen onbetaalbaar geworden om voor kleinere zaken nog een procedure op te starten. Dit is een kwalijke zaak omdat op deze manier een te hoge financiële drempel wordt opgeworden die ervoor zorgt dat de rechtsgang wordt belemmerd! De meeste incassobureau’s zullen hierdoor veel minder procedures hoeven te voeren, is de verwachting. Misschien worden de griffierechten louter verhoogd om het aantal procedures te laten afnemen in verband met het tekort aan rechters in Nederland.
auteur mr. C.A.M.H. Vink
073-6154311
Heeft u een procesadvocaat (voorheen procureur) nodig voor het indienen van een faillissementsrekest en/of het bijwonen van de faillissementszitting, maakt u dan gebruik van de diensten van RechtNet.
Vandaag gaat de verhoging van de competentiegrens voor kantonzaken in. De competentiegrens voor kantonzaken is verhoogd van € 5.000,- naar € 25.000,-. Alle zaken met een belang welke niet hoger bedraagt dan € 25.000,00 zullen derhalve door de kantonrechter worden afgedaan. Er geldt voor u geen verplichte procesvertegenwoordiging meer wanneer het gaat om een belang van minder dan € 25.000,00. De wetgever wil hiermee de rechtspraak meer toegankelijk te maken. U mag uw eigen zaak verdedigen. Indien u echter kwalitatief goede bijstand wenst, is het verstandig om het incassobureau RechtNet in de arm te nemen waar gespecalieerde incasso advocaten werken. Zij hebben een universitaire opleiding gehad en jarenlange ervaring op het gebied van het voeren van incasso procedures.
De kantonrechter was al bevoegd om te oordelen over alle geschillen in het arbeidsrecht, huurrecht en agentuur. Dit wordt nu uitgebreid. De competentiegrens wordt ook uitgebreid naar aardzaken. Zo is de kantonrechter is nu ook bevoegd in alle geschillen over consumentenkoop. Tevens is de kantonrechter nu bevoegd in zaken die betrekking hebben op de Wet Consumentenkrediet, kortweg WCK. Dit indien het leningen tot € 40.000 betreft. De schatting is dat circa 19.000 zaken van de rechtbank, sector civiel naar de rechtbank, sector kanton zullen overgaan.
Onze incaso advocaten advocaten zijn u graag van dienst. Neem voor een vrijblijvend advies over de verhoging van de competentiegrens direct contact op met 073 – 615 43 11 of info@rechtnet.nl. Een incasso advocaat staat u graag te woord!
De wetgever heeft de griffierechten voor het aanhangig maken van zaken per 1 november 2010 drastisch verhoogd, met name in zaken waarin de financiële belangen minder groot zijn. Hierover heeft ook nog eens een indexering plaatsgevonden op 1 januari 2011. De verhogingen van de griffierechten heeft er voor gezorgd dat in onze incassopraktijk veel minder snel tot dagvaarding wordt overgegaan. Zo wordt in ongeveer 29% van het aantal zaken met een financieel belang van minder dan € 2.000,00 op verzoek van schuldeisers tot sluiting van het dossier overgegaan. De reden van sluiting die genoemd wordt, zijn de te hoge griffierechten.
Thans wil de wetgever in 2013 alle rechtzaken kostendekkend maken. Hiermee zou er 240 miljoen euro in de schatkist moeten vloeien. Dit zal een explosieve groei van de griffierechten tot gevolg hebben. Voorzien wordt dat het aantal dagvaardingsprocedures nog sterker zal afnemen. Dit terwijl in Nederland niet veel wordt geprocedeerd. Door het opwerpen van dusdanige hoge financiële drempels wordt de toegang tot de rechter nog verder ontnomen. Met name voor burgers met een kleine beurs en kleinere bedrijven. Zij kunnen de hoge griffierechten niet betalen. Het kostendekkend maken van de griffierechten lijkt zodoende in strijdt te zijn met artikel 6 EVRM, hetgeen het recht van onbelemmerde toegang tot de rechter waarborgt.
Het kostendekkend maken van de griffierechten brengt risico’s met zich mee voor de maatschappij. Als partijen hun gelijk niet via de rechter kunnen afdwingen, ligt het voor de hand dat er wordt gekozen voor andere oplossingen. Partijen zouden bijvoorbeeld eigenrichting kunnen gaan toepassen dan wel malafide incassobureaus inschakelen. Voorts zullen wanbetalers gaan speculeren dat partijen het er bij kleine belangen bij laten zitten. Al met al wordt strafbaar gedrag in de hand gewerkt. Dit is een zeer zorgwekkende ontwikkeling.
Het heeft er alle schijn van dat de wetgever bewust financiële drempels opwerpt om de druk op de rechterlijke macht, die te veel zaken krijgen aangeboden, te laten afnemen. Als bijkomend voordeel zou het tevens een grote kostenbesparing opleveren voor de overheid. Daarbij wordt echter uit het oog verloren welke risico’s dit met zich meebrengt en dat het procederen op deze wijze alleen nog aan de rijken is voorbehouden.
Auteur mr. C.A.M.H. Vink
Voor vragen over dit artikel kunt u contact opnemen met RechtNet Advocaten te ’s-Hertogenbosch via nummer 073-6154311 of per email info@rechtnet.nl.
Bent u het niet eens met de betekening en executie van het vonnis neem dan contact op met de procesrecht advocaten van RechtNet of het zinvol is om bijvoorbeeld een executiegeschil op te starten.
Afhankelijk van uw inkomen en vermogen, komt u in aanmerking voor een toevoeging. De overheid betaald uw advocaat en u hoeft slechts een eigen bijdrage te voldoen. De procesrecht advocaten van RechtNet kunnen voor u een toevoeging aanvragen.
Bent u het niets eens met u jegens u gewezen uitspraak kunt u een rechtmiddel instellen. De procesrecht advocaten van RechtNet kunnen dit voor u verzorgen.
Wenst u een verzoekschrift in te dienen of zich te verweren tegen een verzoekschrift, neemt u dan contact op met de ervaren procesrecht advocaten van RechtNet.
RechtNet Advocaten is gespecialiseerd als incassobureau en boekt succes in de meest taaie en complexe incassodossiers.
RechtNet is een modern en allround advocatenkantoor. RechtNet maakt optimaal gebruik van het internet en weet zo een moderne, slagvaardige en voordelige juridische dienstverlening neer te zetten voor bedrijven, maar ook voor particulieren. Als u op zoek bent naar een …