De wet normering buitengerechtelijke incassokosten is op 13 maart 2012 aangenomen. De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel dat destijds door de voormalig minister van justitie, Hirsch Ballin is ontworpen en door de huidige minister van justitie, Ivo Opstelten op enkele punten is aangepast. De wet normering buitengerechtelijke incassokosten betekent dat er per 1 juli 2012 een wettelijk maximum incassobedrag is vastgelegd, voor de incassokosten die bedrijven in rekening mogen brengen.
Deze nieuwe wet bepaalt dat er incassokosten in rekening gebracht mogen worden als duurvorderingen (periodiek terugkerende vorderingen), zoals energierekeningen, huurrekeningen, internet- en telefonierekeningen, te laat worden betaald. Echter mogen er pas incassokosten in rekening gebracht worden nadat er eerst schriftelijk een herinnering is verstuurd.
Op het moment dat er na veertien dagen nadat er een herinnering is verstuurt, nog niet tot betaling is overgegaan, gaat er per openstaande factuur een staffel in werking. Deze staffel begint bij een bedrag van 40 euro. De openstaande posten worden gestapeld, waarbij er alleen extra kosten in rekening gebracht mogen worden op basis van de hoogte van de openstaande hoofdsom. De kosten mogen dus niet hoger zijn dan de bedragen die wettelijk zijn vastgelegd in de staffel.
Verantwoordelijk voor de gang van zaken is de partij die de duurvorderingen uitbrengt. Deze is wettelijk verplicht om de incassokosten die worden gemaakt, eventueel via een extern incassobureau, in kaart te brengen, zodat er kan worden aangetoond welke kosten er daadwerkelijk zijn gemaakt. Daarbij mogen de bedragen niet afwijken van de wettelijk vastgelegde bedragen in de staffel.
Met deze nieuwe wet worden met name consumenten en eenmanszaken beter beschermd tegen onredelijke incassokosten. Voor de schuldeiser en de schuldenaar wordt het met deze wet duidelijker welke kosten er in rekening gebracht mogen worden.
Op het moment dat er een procedure aanhangig wordt gemaakt bij de kantonrechter, dient de eiser griffierechten te betalen. Het griffierecht dient binnen vier weken te zijn voldaan, bij gebreke waarvan de zaak niet inhoudelijk zal worden behandeld. De laatste tijd worden de griffierechten vaak verhoogd. Ook met ingang van het nieuwe jaar, te weten 1 januari 2012, zijn de griffierechten andermaal verhoogd. De griffierechten bij de kantonrechter bedragen op dit moment:
| Dagvaardingszaken en verzoekschriften |
Griffierecht r.p. |
Griffierecht n.p. |
Griffierecht on- en minvermogenden |
| Zaken met een vordering, dan wel een verzoek van: - onbepaalde waarde; - ≤ € 500,- in hoofdsom |
€ 109,00 | € 73,00 | € 73,00 |
| Zaken met een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 500,- en niet meer dan € 12.500,- in hoofdsom |
€ 437,00 | € 207,00 | € 73,00 |
| Zaken met een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 12.500,- |
€ 873,00 | € 437,00 | € 73,00 |
Aktes |
€ 114,00 |
€ 114,00 |
n.v.t |
| Verzetschrift Wet Mulder |
€ 109,00 |
€ 73,00 |
€ 73,00 |
r.p. = rechtspersoon
n.p. = natuurlijk persoon (particulier)
Ook op het moment dat een procedure aanhangig wordt gemaakt bij de civiele rechter, dient de eiser, alsmede de gedaagde, griffierechten te betalen. Ook deze griffierechten zijn met ingang van 1 januari 2012 verhoogd. De griffierechten bij de civiele rechter bedragen op dit moment:
| Sector civiel: Familie/handel/kort geding/insolventies/ faillissementen |
Griffierecht r.p. |
Griffierecht n.p. |
Griffierecht on- en minvermogenden |
Zaken van onbepaalde waarde (tevens conservatoir beslag) |
€ 575,00 | € 276,00 | € 73,00 |
Zaken met betrekking tot een vordering met een een beloop van meer dan € 25.000,- en niet meer dan € 100.000,- in hoofdsom |
€ 1.789,00 | € 821,00 | € 73,00 |
Zaken met betrekking tot een vordering met een beloop van meer dan € 100.000,- |
€ 3.621,00 | € 1.436,00 | € 73,00 |
Aktes (o.a. depot nalatenschappen, arbitrale vonnissen, algemene voorwaarden, non-failliet |
€ 114,00 | € 114,00 | n.v.t. |
Apostille/legalisatie |
€ 18,00 | € 18,00 | n.v.t. |
Inschrijving huwelijkse voorwaarden of voorwaarden van een geregistreerd partnerschap in het open- baar huwelijksgoederen- register |
n.v.t. | € 171,00 | n.v.t |
Bijkomend gevolg van de verhoging van de griffierechten is dat de drempel voor de burger nog hoger komt te liggen om de stap naar de rechter te maken. Vanuit de advocatuur bezien, valt dit alleen maar af te raden daar de rechtszekerheid, een essentieel grondbeginsel van het Nederlands recht, hiermee in het geding lijkt te komen. Vooralsnog lijkt deze ontwikkeling echter niet te stoppen.
M.L.A. van Hurne
jurist
Bron: Advocatenblad januari 2012
De wettelijke rente voor handelstransacties ex. artikel 6:119a e.v. Burgerlijk Wetboek (BW) wordt telkens vastgesteld voor periodes van een half jaar. Op 1 juli 2011 bedroeg de wettelijke rente voor handelstransacties 8,25%. Met ingang van het nieuwe jaar, te weten 1 januari 2012, is de wettelijke handelsrente verlaagd naar 8%. De wettelijke rente voor niet-handelstransacties ex. artikel 6:119 BW is onveranderd gebleven en staat nog altijd op 4%.
M.L.A. van Hurne
jurist
Bron: www.rijksoverheid.nl
Minister Verhagen wil deze zomer al dat overheden een vertragingsrente van 8% en een boete van € 40 per factuur gaan betalen. De overheid staat slecht bekend en betaalt haar rekening het traagst. Ook grote bedrijven zijn slechte betalers. Zij verlengen hun betalingstermijn soms eenzijdig met 120 dagen. Door deze slechte betalingsmoraal verschuift het liquiditeitsprobleem naar de kleinere bedrijven. Dat heeft uiteindelijk ook een negatief effect op de economie. Minister Verhagen loopt weliswaar voor op Europese regelgeving, maar geeft daarmee wel het goede voorbeeld.
Betalingstermijn die oplopen tot meer dan 120 dagen kosten MKB bedrijven miljarden. Kosten die bestaan uit financiering, debiteurenbeheer, incassokosten en juridische kosten. Om geen beroep te doen op een incassobureau, schakelen bedrijven debiteurenbeheerders in. Maar ook die kosten geld.
Het verbond van Credit Management Bedrijven is van mening dat trage of wanbetaling kan worden voorkomen. Dat begint bij het maken van een goed contract en goede algemene voorwaarden. Bovendien moeten betalingsvoorwaarden nadrukkelijk worden vastgelegd evenals het rentepercentage dat van toepassing is als er te laat wordt betaald en wat de eventuele sancties zijn.
Rechtnet advocaten treedt niet alleen op als incassobureau, maar helpt ondernemers en MKB bedrijven juist deze te voorkomen. Vraag daarom gratis advies aan 1 van onze incasso advocaten. Neem contact op via het formulier of bel het telefoonnummer op deze website.
De Hoge Raad heeft op 8 juli jongstleden vastgesteld dat het lage tarief aan griffierechten voor natuurlijke personen niet van toepassing is voor een maatschap. Tot nu toe werden een eenmanszaak, VOF’s, commanditaire vennootschap of maatschap door de rechtbanken aangeslagen voor het lage tarief.
Het onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen dat de kern van het onderhavige geschil vormt, kwam in enigszins vergelijkbare vorm voor in de Wet Tarieven in Burgerlijke zaken (WTBZ). De eerste onderscheiding naar de hoedanigheid van natuurlijke persoon dateert van de Wet van 29/9/1988, S. 469; een wet die ertoe strekte, de in de WTBZ voorziene griffierechten aanmerkelijk te verhogen.
Ter tegemoetkoming aan bedenkingen van de kant van de Tweede Kamer, aanvaardde de Regering toen een amendement dat erin voorzag dat voor natuurlijke personen die als gedaagde of verweerder optraden, een maximum aan het te vorderen griffierecht werd gesteld.
In de Parlementaire discussie die aan dit amendement voorafging was herhaaldelijk over de positie van natuurlijke personen als procespartij gedebatteerd. Daarbij blijkt regelmatig dat de debaters hier met “natuurlijke persoon” bedoelen: “particulier”. In deze discussie is klaarblijkelijk niet gedacht aan een eenmanszaak, VOF’s, commanditaire vennootschap of maatschap.
De in 1988 ingevoerde regel is inhoudelijk blijven gelden tot aan de intrekking van de WTBZ per 1 oktober 2010. In art. 2 WTBZ was echter intussen ook het onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen ingevoerd. Ook de wetsgeschiedenis die aan deze regeling voorafging roept het beeld op dat men bedoelt natuurlijke personen als particulieren, zijnde de natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Conform voornoemde wetuitsleg heeft de Hoge Raad dan ook bepaald dat alleen voor particulieren het lage griffierecht voor natuurlijke personen geldt en voor alle andere partijen het griffierecht voor rechtspersonen. Dus ook voor de niet rechtsersonen zoals een eenmanszaak, VOF’s, commanditaire vennootschap of maatschap.
Door deze grote wijziging met betrekking tot de kwalificatie welke partijen als natuurlijk persoon dienen te gelden, is het voor de kleinere partijen onbetaalbaar geworden om voor kleinere zaken nog een procedure op te starten. Dit is een kwalijke zaak omdat op deze manier een te hoge financiële drempel wordt opgeworden die ervoor zorgt dat de rechtsgang wordt belemmerd! De meeste incassobureau’s zullen hierdoor veel minder procedures hoeven te voeren, is de verwachting. Misschien worden de griffierechten louter verhoogd om het aantal procedures te laten afnemen in verband met het tekort aan rechters in Nederland.
auteur mr. C.A.M.H. Vink
073-6154311
Vandaag gaat de verhoging van de competentiegrens voor kantonzaken in. De competentiegrens voor kantonzaken is verhoogd van € 5.000,- naar € 25.000,-. Alle zaken met een belang welke niet hoger bedraagt dan € 25.000,00 zullen derhalve door de kantonrechter worden afgedaan. Er geldt voor u geen verplichte procesvertegenwoordiging meer wanneer het gaat om een belang van minder dan € 25.000,00. De wetgever wil hiermee de rechtspraak meer toegankelijk te maken. U mag uw eigen zaak verdedigen. Indien u echter kwalitatief goede bijstand wenst, is het verstandig om het incassobureau RechtNet in de arm te nemen waar gespecalieerde incasso advocaten werken. Zij hebben een universitaire opleiding gehad en jarenlange ervaring op het gebied van het voeren van incasso procedures.
De kantonrechter was al bevoegd om te oordelen over alle geschillen in het arbeidsrecht, huurrecht en agentuur. Dit wordt nu uitgebreid. De competentiegrens wordt ook uitgebreid naar aardzaken. Zo is de kantonrechter is nu ook bevoegd in alle geschillen over consumentenkoop. Tevens is de kantonrechter nu bevoegd in zaken die betrekking hebben op de Wet Consumentenkrediet, kortweg WCK. Dit indien het leningen tot € 40.000 betreft. De schatting is dat circa 19.000 zaken van de rechtbank, sector civiel naar de rechtbank, sector kanton zullen overgaan.
Onze incaso advocaten advocaten zijn u graag van dienst. Neem voor een vrijblijvend advies over de verhoging van de competentiegrens direct contact op met 073 – 615 43 11 of info@rechtnet.nl. Een incasso advocaat staat u graag te woord!
Houdt er rekening mee dat vorderingen kunnen verjaren. De verjaringstermijnen kunnen worden gestuit. Voor vragen over verjaringstermijnen en stuiting kunt u terecht bij de incasso advocaten van RechtNet.
Wordt u geconfronteerd met een onterechte vordering is het van belang om gedegen verweer te voeren tegen de vordering. De incasso advocaten van RechtNet kunnen hiervoor zorgdragen.
Krijgt u te maken met betwistingen op uw vorderingen neemt u dan voor vrijblijvend advies contact op met de gespecialiseerde Incasso Advocaten van RechNet.
Heeft u vragen over het inschakelen van een incassobureau, neemt u dan vrijblijvend contact op met één van de incasso advocaten van RechNet. Zij zijn u graag van dienst.
RechtNet Advocaten is gespecialiseerd als incassobureau en boekt succes in de meest taaie en complexe incassodossiers.
RechtNet is een modern en allround advocatenkantoor. RechtNet maakt optimaal gebruik van het internet en weet zo een moderne, slagvaardige en voordelige juridische dienstverlening neer te zetten voor bedrijven, maar ook voor particulieren. Als u op zoek bent naar een …